Veranderingen Drents-Friese Wold ‘dramatisch’ voor roofvogels

  • Ook de havik gaat in het Drents-Friese Wold in aantal achteruit (Rechten: Saxifraga/Joerg Mager)

De ontwikkelingen in het Drents-Friese Wold pakken dramatisch uit voor de roofvogels die daar broeden. Dat schrijft onderzoeker Rob Bijlsma in het laatste nummer van 'De Takkeling', het blad van de Werkgroep Roofvogels Nederland. Bijlsma deed de afgelopen dertig jaar intensief onderzoek naar de roofvogelstand in dit gebied.

Uit Bijlsma's cijfers blijkt dat de roofvogels in het Drents-Friese Wold bijna alleen nestelen in naaldbomen. Ze hebben een sterke voorkeur om te broeden in exotische naaldbomen zoals de lariks, fijnspar, douglas en sitka en juist deze soorten worden gekapt. "Allemaal soorten die systematisch worden opgeruimd. En laten diezelfde roofvogels nu juist níet kiezen voor de 'inheemse' grove den, en al helemaal niet voor loofbomen", schrijft Bijlsma in De Takkeling. De gevolgen zijn groot. "Alle soorten nemen in rap tempo af en alle soorten zijn minimaal in aantal gehalveerd (twee van zes zelfs verdwenen). Het enige verschil tussen de soorten zit hem in het moment waarop die afname zich manifesteerde: het eerst bij boomvalk en torenvalk halverwege de jaren negentig, vervolgens bij havik, sperwer en buizerd."

Natuurlijk bos met inlandse bomen

In het Drents-Friese Wold zijn de afgelopen jaren grote oppervlaktes naaldbomen gekapt door de beheerders Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten. De bedoeling is dat er een meer natuurlijk bos ontstaat als allerlei boomsoorten die hier niet thuishoren verdwijnen. En dus zijn op grote schaal Japanse lariksen, Corsicaanse dennen, Sitka-sparren en Amerikaanse eiken omgezaagd om plaats te maken voor inlandse soorten. Maar die omvorming pakt dus slecht uit voor de roofvogels.

Zo verdwijnt er nestgelegenheid omdat de roofvogels bij voorkeur juist in die exotische naaldbomen broeden. Sperwers en wespendieven bouwen het liefst hun nest in sparren. Haviken hebben een sterke voorkeur voor lariksen. Het aantal broedsels van deze soorten is sterk teruggelopen. De wespendief ging in dertig jaar tijd van zes tot acht broedsels naar drie of vier. De havik van dertien tot zestien naar vijf tot zeven, de sperwer van zeven tot zeventien naar een tot drie.

"De huidige mode om zogenaamd de biodiversiteit te verhogen via massale boskap heeft dramatisch uitgepakt voor roofvogels broedend in bossen", concludeert Bijlsma dan ook in zijn artikel. "Houtkap in het broedseizoen, en grootschalige houtkap in zijn algemeenheid, zijn per definitie vernietigende ingrepen in het terrein. (...) Het is godgeklaagd dat natuurbeschermers zich hebben ontpopt als succesvolle en ijverige roofvogelvervolgers en natuurvernielers. En dat verkopen met dooddoeners als natuurherstel, vergroting biodiversiteit, duurzame energie en topnatuur."

Positief voor zeldzame soorten

Teamleider Martijn Bakker van Staatsbosbeheer zegt dat het onderzoek van Rob Bijlsma geen reden is om het beheer aan te passen: "Wij hebben als doelstelling om van het Drents-Friese Wold een gevarieerd en soortenrijk boslandschap te maken. Dat is niet altijd per se gunstig voor roofvogels. Je hebt diverse kwetsbare soorten natuurtypen en die willen we ook in het Drents-Friese Wold behouden en versterken. Als je kijkt naar de Kale Duinen, daar zijn veel naaldbomen gekapt om het gebied open te maken. Dat heeft samen met een slimme recreatiezonering en voorlichting positieve gevolgen voor zeldzame soorten zoals de tapuit en andere grondbroeders".

Bovendien is het volgens Bakker nog te vroeg om iets te zeggen over de gevolgen van de omvorming in het Drents-Friese Wold. "We streven naar een oud inheems loofbos. Dat duurt nog tientallen jaren voor je kunt zien hoe het wordt. We zijn nu twintig, dertig jaar bezig. Dat is eigenlijk nog maar heel kort. Voordat zo'n bos echt volwassen is zijn we honderd jaar verder."

Ook Fred Prak van Natuurmonumenten geeft aan dat de veranderingen in het Drents-Friese Wold een stimulans zijn voor de biodiversiteit. "De omvorming van het bos en het ontwikkelen van open heideterreinen, dat helpt juist soorten die - ook internationaal gezien - veel meer onder druk staan dan de soorten die Bijlsma noemt. Bijvoorbeeld de blauwe kiekendief, de nachtzwaluw, de grauwe klauwier, maar ook reptielen. De heidenatuur waar we in Drenthe zo trots op mogen zijn, die vind je niet elders in Europa. De bossen zoals Bijlsma omschrijft zijn er veel meer. Het liefst zouden we allebei hebben, maar dan hebben we meer ruimte voor natuur nodig."

Het is belangrijk dat we klimaatbestendige bossen krijgen met inheems loofbos"
Martijn Bakker

Bakker vindt wel dat de droogte van de afgelopen jaren heeft laten zien dat de omvorming belangrijk is. "Je ziet dat juist nu de naaldbomen het loodje leggen door de droogte en de letterzetter." De letterzetter is een kevertje dat van binnenuit sparren aantast. "Het is dan belangrijk dat we klimaatbestendige bossen krijgen met inheems loofbos." Staatsbosbeheer wil wel samen met andere bosbeheerders de gedragscode bespreken. "Bijlsma heeft veel kritiek op de Gedragscode Bosbeheer (daarin is vastgelegd hoe bijvoorbeeld roofvogelnesten beschermd moeten worden, red.). Soms zien we dingen over het hoofd, daar balen we zelf ook van. Dat willen we verbeteren, maar zijn daarbij ook afhankelijk van ogen en oren in het veld, in dit geval ook roofvogelaars. De kritiek nemen we serieus."

Het Drents-Friese Wold is een belangrijk natuurgebied in Europa:

Lees ook:

Door: Jan Dijk

Contact
opnemen