Is het Groningse Liefstinghsbroek voorbeeld voor de stikstofproef in Drenthe?

Dinsdag 24 Oktober 2023
  • Voorzitter Rika Pot en onderzoeksleider Peter Laloli willen meten welke hulp het Lieftinghsbroek nodig heeft (Rechten: RTV Drenthe/Serge Vinkenvleugel)

Onenigheid over het meetmodel, wetenschappers die zeggen dat het met de natuur nog veel slechter gaat dan we al dachten. Wetenschappers die het daar weer mee oneens zijn, boeren die op slot zitten. Er is veel discussie over hoe groot het stikstofprobleem is en wat de oplossing zou moeten zijn.

In Groningen proberen ze bij een piepklein stukje natuur op een andere manier het stikstofprobleem op te lossen. Het belangrijkste in die zoektocht: meten is weten, samenwerking en de vraag: wat is het specifieke probleem in dit natuurgebied?

Uniek bos in landbouwgebied

Welkom in Lieftinghsbroek. Niet alleen een piepklein natuurgebied op de flanken van het dal van het riviertje de Ruiten Aa, maar óók een unieke natuurpostzegel.

Het is niet alleen het oudste bos van Groningen maar ook één van de oudste van ons land. En er zijn bijzondere blauwgraslanden in het bos. Maar zowel bepaalde boomsoorten als de blauwgrassoorten in Lieftinghsbroek zijn gevoelig voor stikstof.

Lieftinghsbroek ligt midden in een landbouwgebied. Het is het enige Natura 2000-gebied dat Groningen heeft.

"Dit is wat we hier willen uitzoeken", begint Rika Pot terwijl ze door de natte blauwgraslanden stapt. "Hoe kunnen we Lieftinghsbroek beter beschermen, de natuur gezonder maken en ervoor zorgen dat je hier toch kunt blijven boeren?"

Lange samenwerking

Pot is onafhankelijk voorzitter van de Adviescommissie Gebiedsgerichte Aanpak Lieftinghsbroek. In die rol moet ze meedenken in het terugdringen van de stikstofneerslag in het natuurgebied.

Boeren en natuurbeheerders werken al 25 jaar samen in het gebied om de 'natuurpostzegel' en de omliggende natuur van de Ruiten Aa te behouden. Volgens Pot volstrekt logisch dat uit die club een commissie is gegroeid die niet wil wachten op plannenmakerij uit Den Haag.

Sinds de Raad van State in 2019 een streep zette door de landelijke programmatische aanpak stikstof (PAS) stokt de vergunningverlening voor onder andere de landbouw. Veel boeren die ter goeder trouw een PAS-melding hadden gedaan verkeren nu in grote onzekerheid.

De commissie laat lokale metingen doen en adviseert de provincie Groningen over welke specifieke maatregelen nodig zijn om Lieftinghsbroek in de benen te houden. En om te kunnen blijven boeren, misschien deels op een andere manier.

Afbeelding
In Lieftinghsbroek is ook het blauwgras erg gevoelig voor te veel stikstof (Rechten: RTV Drenthe/Serge Vinkenvleugel)

Uniek meetconsortium

TNO, de Universiteit van Wageningen, het RIVM: de gebiedscommissie Lieftinghsbroek heeft een uniek landelijk team aan het werk gezet dat heel specifiek gaat meten. Ook de Universiteit van Amsterdam en OnePlanet Research Center meten mee. "Het woord model komt niet in ons onderzoek voor", begint onderzoeksleider Peter Laloli van TNO als hij de stal van melkveehouder Gerben Koskamp binnenstapt.

"Aerius is een rekenmodel waarbij weergegeven wordt wat een stikstofbron voor effect heeft op een stuk natuur. Wij rekenen niet maar meten alleen. Het gaat om zoveel mogelijk verzamelen van inzicht. Meten wat de concentratie is en daarna kijken wat er gebeurt in het gebied."

"We meten in de stallen, we meten net buiten de stallen, we meten voor het natuurgebied en in Lieftinghsbroek", legt Laloli verder uit.

Koskamp heeft zijn boerenbedrijf op anderhalve kilometer van Lieftinghsbroek. Zijn melkveestal hangt vol met sensoren die niet alleen de ammoniak (stikstof) meten maar ook andere zaken zoals methaan. "Ik wil zelf ook wel eens weten wat we werkelijk produceren en uitstoten. Daarom doe ik mee", vertelt Koskamp.

Niet alles is te herleiden

Op dertig meter buiten de stal staat ook een meetpaal. Laloli: "Hier kunnen we de stikstof uit de stal direct herleiden. Maar verderop, aan de rand van het bos, is de uitstoot uit deze stal niet meer te herleiden want dan is het opgenomen in de rest van de stikstofdeken van allerlei andere uitstoters."

Wat kun je dan met die lokale metingen? Volgens de onderzoeksleider weet je dan wel precies wat je vanuit de bron uitstoot. En als er een piek is bij de uitstoot en er is ook een piek in Lieftinghsbroek zegt dat ook iets.

Maatwerkmaatregelen

Terug in het bos legt voorzitter Pot uit dat na de metingen de commissie gaat kijken naar welke maatregelen er specifiek nodig zijn voor de soorten in Lieftinghsbroek die het door stikstof zwaar hebben.

Laloli geeft een versimpeld voorbeeld: "Als je weet dat het uitrijden van jouw mest een stikstofpiek veroorzaakt, ga dan je akker alleen bemesten als de wind van het bos af staat. En als blijkt dat door een aantal gaten aan de randen van het bos stikstof Lieftinghsbroek in waait, dan moet je misschien een natuurlijke buffer hebben die stikstof afvangt voordat de wind de stikstof het bos in waait."

Het zijn allemaal nog denkoefeningen maar hopelijk gaat straks met behulp van alle meetgegevens wel de puzzel gelegd worden denk Pot. "En we weten het al, het is niet alleen landbouw-stikstof van hier dat Lieftinghsbroek de das om doet. Het is ook regenwater met veel stikstof dat het gebied in stroomt. Vroeger kwam hier veel meer kwel water naar boven borrelen en daarin zit juist weinig stikstof." Dus ook een andere waterhuishouding is waarschijnlijk een deel van de oplossing. Maatwerk voor een gebied dus.

Afbeelding
Lieftinghsbroek is het oudste bos van Groningen en een van de oudste van ons land (Rechten: RTV Drenthe/Serge Vinkenvleugel)

Voorbeeld voor Drenthe of andere gebieden?

Dat is de werkwijze volgens Pot zeker. En het lokale meten ook. Hoewel de omgeving van Lieftinghsbroek en de Ruiten Aa in de regio wel eens gekscherend 'een stukje Drenthe in Groningen' wordt genoemd (omdat het landschap wel wat lijkt op dat van de Drentse zandgronden, red.) kan voor ieder stuk natuur verschillend zijn welke maatregelen er werken. "Maar tegen die tijd dat we hier een stuk verder zijn kunnen we misschien ook wel aangeven of een oplossing elders ook toepasbaar kan zijn."

En wat als het meten wel, maar het vinden of toepassen van lokale oplossingen in Lieftinghsbroek niet lukt? Dan ligt er volgens Pot een schat aan informatie waar zowel voor Liefstinghsbroek als op andere plekken in Nederland iets mee gedaan kan worden.

Eén ding van Lieftinghsbroek kan Drenthe nu alvast leren: gebiedsgericht werken en de samenwerking zoeken tussen natuurbeschermers. Want dat doen ze in Lieftinghsbroek al 25 jaar. Soms met hele stevige discussies maar: wel samen.

Lees ook:

Contact
opnemen