Vooral dwergvleermuis geteld in Drentse tuinen

  • De dwergvleermuis eindigde op de eerste plaats in de vleermuistuintelling (Rechten: Christian Giesse)

Voor de derde keer vond afgelopen weekend de vleermuistuintelling plaats. De dwergvleermuis eindigde, net als vorig jaar, op de eerste plaats. Op afstand gevolgd door de laatvlieger en de rosse vleermuis.

Bijna vijfhonderd tuineigenaren telden mee, waarvan negentien in Drenthe. Erik Korsten van de Zoogdiervereniging is blij met het resultaat. "Het aantal tellers is meer dan verdubbeld sinds vorig jaar." De Drentse tellers deden 62 van de in totaal 2668 waarnemingen.

Interesse in vleermuizen

De vleermuistuintelling is een nieuwkomer in het steeds langer wordende lijstje met tuintellingen. "We zijn nog aan het groeien", aldus Korsten. Net zoals bij andere tuintellingen is het doel nagaan hoe het gaat met de dieren in onze tuinen. "En we willen mensen erop attenderen dat ook in hun tuin vleermuizen vliegen om ze zo voor deze dieren te interesseren."

In ons land komen achttien soorten vleermuizen voor. Sommigen zijn zeer algemeen, zoals de dwergvleermuis, en anderen zijn zeldzaam, zoals de baardvleermuis. De meeste van deze vleermuizen eten insecten die ze vangen met behulp van echolocatie.

Dwergvleermuizen

Drie van die achttien soorten zijn dwergvleermuizen: de gewone, de ruige en de kleine. De eerste twee komen algemeen voor, de derde is een stuk zeldzamer. Onlangs werd voor het eerst in Nederland een kraamverblijfplaats van de kleine dwergvleermuis ontdekt.

Zowel qua vlieggedrag als qua jachtgedrag lijken ze erg op elkaar. Zoals de naam doet vermoeden zijn het kleine vleermuizen. Met ingevouwen vleugels zijn ze ongeveer zo groot als een luciferdoosje. Ze wonen vooral in spleten en kieren in gebouwen en soms in een boomholte.

De kleine vliegende zoogdieren jagen op insecten in bossen, parken en in tuinen. Niet verkeerd om in je tuin te hebben, want één vleermuis kan wel 1.000 muggen per nacht op.

Laatvliegers

De laatvlieger is één van de grootste vleermuizen in ons land. Deze vleermuizen komen vrij algemeen voor maar minder dan de dwergvleermuizen. Laatvliegers wonen vooral in gebouwen aan de dorps- of stadsrand en jagen het liefst boven open plekken en lanen in bossen, parken en weilanden.

Zijn naam kreeg hij om onderscheid te maken met een andere grote vleermuis. De laatvlieger vliegt 's avonds later uit dan de rosse vleermuis die vroeger ook wel vroegvlieger genoemd werd. En hij vliegt een stuk rustiger, met een tragere vleugelslag en wijdere bochten dan de rosse vleermuis.

Rosse vleermuis

De rosse vleermuis leeft vooral in holten van oude bomen en is veel te vinden in parken en bossen waar oude bomen staan. Net als de laatvlieger eet hij graag kevers, langpootmuggen en nachtvlinders.

Zijn naam dankt deze vleermuis aan de roodbruine kleur van zijn vacht. Door de korte en dichte haren lijkt zijn vacht wel van glanzend fluweel.

Twee keer per jaar

De vleermuistuintelling vindt elk voorjaar én najaar plaats. "In het najaar zie je soorten die in het voorjaar niet voorkomen en vleermuizen gedragen zich anders in het najaar", legt Korsten uit.

Wil je ook meedoen met de vleermuistuintelling? De tweede telling dit jaar vindt plaats op 29 en 30 augustus 2020. Ga voor meer informatie naar de website van Jaarrond Tuintelling.

Lees ook:

Contact
opnemen