Natte weken gaan jonge ooievaars niet in de koude veren zitten

  • Een van de vele ooievaars bij de Lokkerij in De Wijk (Rechten: RTV Drenthe/Ronald Oostingh)

"Mensen zeggen wel eens: 'Het lijkt hier wel Schiphol'. Alleen maken deze wat minder lawaai en stinkt het minder erg." Aan het woord is Frits Koopman, de drijvende kracht achter ooievaarsbuitenstation de Lokkerij in De Wijk. Het zijn geen vliegtuigen die af- en aanvliegen, maar ooievaars.

Rondom de boerderij met de opvang zitten er tientallen, ook zijn er ruim veertig nesten gebouwd. Er lijkt niks aan de hand met de ooievaars, maar toch hebben ze het volgens Koopman niet makkelijk.

Kou en regen

Dat heeft te maken met de kou en regen in april, de maand waarin veel eieren gelegd worden en sommige jonkies al uit het ei kruipen. "We hebben veel kou gehad. Nou is dat op zich geen ramp, want de oude vogels houden de kleinen wel warm, maar als er dan flinke plensbuien overheen komen, krijg je problemen", legt Koopman uit.

"De ouders zijn dan drijfnat en gaan op de jongen liggen. Die worden dan ook koud en nat en dan krijg je allerlei verschijnselen, zoals onderkoeling. En dan reageren de jongen niet meer op het voedselaanbod van de ouders. En niet drinken en eten, betekent doodgaan."

(tekst gaat verder onder video)

Hitte

Na de kou en nattigheid volgde er de afgelopen weken hitte en droogte, ook niet bepaald fijn voor de ooievaars in de groei. "Het menulijstje van de ooievaar bestaat voor zo'n 70 tot 80 procent uit regenwormen, maar als het gortdroog is, dan zijn die er niet", aldus Koopman.

Dat het pechjaar is voor de jonge ooievaars, merkt ook vrijwilliger Caroline Walta. Zij verzorgt de jonge ooievaars bij het buitenstation: "Vorig jaar kwamen er ongeveer vijftig jongen binnen, nu zitten we op tien. Dat komt omdat er helaas veel jonge ooievaars als kuiken op het nest zijn overleden door de aanhoudende kou en regen."

Ongeruste telefoontjes

Bij de opvang in De Wijk komen dagelijks telefoontjes binnen van mensen die zien dat het niet goed gaat met een nest bij hen in de buurt. "Die zien ouders eerst af- en aanvliegen naar het nest, maar dan opeens niet meer. Of ze bemoeien zich opeens niet meer met hun jongen, dan weet je dat het foute boel is", legt Koopman uit.

Volgens de ooiervaarkenner kun je de sierlijke vogels helpen door ze op tijd bij te voeren. Al valt dat bij de allerjongsten nog niet mee, omdat deze nog geen grote prooien, zoals kuikens, eten. "Dan hoop je dat een ouder het prooi opeet en dan bereid is om dat wat ze nog in het veld vinden aan de jongeren te voeren. Maar ja, vertel zo'n vogel maar eens dat 'ie die volgorde moet aanhouden."

Geen paniek

Ondanks het pittige jaar voor de jonge vogels, maakt Koopman zich nog niet al te veel zorgen. Hij noemt het een momentopname. "Dit is in het verleden ook wel eens voorgekomen, alleen toen merkte je het minder omdat de populatie toen veel kleiner was."

Volgens Koopman kunnen de ooievaars op dit moment nog prima tegen een stootje: "Elke populatie heeft tegenvallende jaren. Als ze hier niet tegen kunnen, dan kunnen ze überhaupt niet bestaan."

Door: Ronald Oostingh

Contact
opnemen