Bakstenen en natuur gaan best samen

  • Maik van Lommel in haar natuurtuin (Foto: RTV Drenthe/Annelies Hemeltjen)

Bij natuur denk je al snel aan bloeiende heidevelden, nationale parken en uitgestrekte bossen. Maar ook in de stad is natuur te vinden. Bijvoorbeeld in stadsparken, vijvers en plantsoenen. En vergeet alle voor- en achtertuinen niet.

Wat vind je dan zoal in de stad? Bepaalde zuidelijke planten voelen zich juist in onze steden erg thuis, zoals de geelrode naaldaar en het vingergras. "De stad is altijd in beweging en juist daar kun je altijd iets verrassends tegenkomen", aldus plantenliefhebber Edwin Dijkhuis van Floron. Braakliggende stukken leveren verrassingen op zoals het smalvlieszaad en het straatliefdegras.

Meeliften met de auto
Steeds weer komen er nieuwe soorten uit zuidelijke streken bij. "Op dit moment zitten we op zo'n vijf nieuwe soorten per jaar", zegt Dijkhuis. "In de periode vóór 1950 was dat één soort per drie jaar. Het lijkt wel een botanische warmtegolf." Een deel wordt door de wind verspreid, een deel reist mee op autobanden of automatjes. En een deel wordt als verontreiniging in granen over de hele wereld verspreid.

Bekijk ook: Zuidelijke planten voelen zich thuis in de stad

Buitenlands bezoek
Naast planten vestigen ook dieren zich in de stad. Zo spotte boswachter Bertil Zoer een zwarte roodstaart op het groene dak van de brandweerkazerne in Assen. Normaal gesproken leeft deze vogel boven de boomgrens in de Alpen en Pyreneeën. "Hij ziet dit als een gebergte dus je kunt je voorstellen dat hij zich hier thuis voelt. Het nest zit in een spleet van het gebouw als was het een rotsspleet", vertelt Zoer. 

Broeden op daken
Scholeksters verhuizen steeds meer naar de stad. Zoer: "Lange tijd was het een weidevogel maar dat gaat heel slecht, dus die populatie is de laatste jaren verplaatst naar de stad. Daar broeden de vogels op de daken." De scholekster kan dit als een van de weinige steltlopers doen omdat hij zijn jongen voedsel brengt. De jongen hoeven niet zelf op het dak op zoek. En de ouders halen voer uit de omringende graslanden.

Lees ook: Scholekster verhuist naar de stad

Stedelijk rotslandschap
Een andere typische stedeling is de gierzwaluw. Allerhande bouwsels in de stad ziet deze vogel aan voor een rotslandschap met holtes waarin hij kan broeden. In april en mei trekken ze vanuit Afrika naar ons land om zich voort te planten. De jongen blijven gemiddeld 42 dagen in het nest omdat ze volgroeid moeten zijn als ze eenmaal uitvliegen. Na een maand of drie vertrekken de zwaluwen alweer richting het zuiden.

Bekijk ook: Deze vogel nestelt in onze skyline​

Handen uit de mouwen
Wat kun je zelf doen om de natuur in de stad een handje te helpen? Maik van Lommel is al jaren ontwerper van natuurtuinen. In haar eigen tuin heeft ze veel ruimte ingericht voor bloemen, insecten en vogels. "Je denkt misschien dat je voor een natuurtuin een hele grote tuin nodig hebt, maar je kan ook in het klein beginnen. Met kleine stapelmuurtjes en een nestkastje voor vogels of een insectenhotel voor bijvoorbeeld hommels. Denk dan ook aan nectarplanten zodat de insecten te eten hebben."

Tuiny Forest
De oppervlakte van alle voor- en achtertuinen bij elkaar opgeteld is groter dan menig nationaal park. Daarom heeft het zin om die tuinen zo groen mogelijk te maken. Dit trekt namelijk weer bijen, vlinders, vogels en insecten aan. IVN heeft daarom het Tuiny Forest bedacht. Dit is een mix van bomen, heesters en kruiden waarmee je op 6 vierkante meter een microbos kunt aanleggen. Zelf aan de slag? Op deze website vind je meer informatie.

Prijsvraag
IVN heeft ook een zoekkaart ontworpen waarmee je in de stad op zoek kunt naar leven tussen de bakstenen. Met dank aan IVN mogen we tien van die 'De Wilde Stad'-zoekkaarten verloten. Houd de ROEG! Facebookpagina in de gaten om te zien hoe je in het bezit kunt komen van een exemplaar.

Wil je meer weten over stadsnatuur? Kijk dan komende zaterdag vanaf 17.11 naar ROEG! op RTV Drenthe.

Contact
opnemen